Leverkanker.nl

Alles over leverkanker

Leverkanker.nl

BCLC schema

Het bepalen van het leverkankerstadium via de BCLC methode:

Om het stadium te bepalen van de leverkanker en een prognose te kunnen geven, wordt steeds vaker de BCLC, oftewel Barcelona Clinic Liver Cancer schema gebruikt.

Hiervoor worden onderstaande aspecten bekeken:

  • De mate van tumoruitbreiding
  • Het aantal en de grootte van de tumor
  • Aantasting van de poortader (het grote bloedvat dat van de darm naar de lever loopt)
  • De ernst van onderliggende leverziekte (Child-Pugh-Klasse, CPS score: A 1-6; B 7-9 en C 10-15 punten)
  • De algemene conditie van de patiënt (Performance Status, PS)
  • Eventuele bijkomende ziekten

Het BCLC schema berust op een combinatie van tumor grootte en uitbreiding, mate van leverziekte en algehele conditie. Op grond van dit schema kunnen de behandelingsmogelijkheden en de prognose bepaald worden.

Het BCLC-schema deelt patiënten met leverkanker in vier prognostische categorieën in:

  • Stadium A: patiënten met (zeer) vroege HCC en Child-Pugh A levercirrose;
  • Stadium B: patiënten met intermediair HCC en Child-Pugh A of B levercirrose;
  • Stadium C: patiënten met gevorderd HCC en Child-Pugh A of B levercirrose;
  • Stadium D: patiënten met eindstadium HCC en Child-Pugh C levercirrose.

De prognose voor ieder van deze categorieën loopt sterk uiteen.

Uitleg van de verschillende leverkanker stadia

HCC (hepatocellulair carcinoom) is de meest voorkomende kwaadaardige vorm van primaire leverkanker.

Patiënten met BCLC stadium 0-A komen in aanmerking voor een behandeling waarbij de tumor verwijderd wordt, zoals tumorresectie, levertransplantatie of RFA waarbij de tumor met behulp van hitte of microwave behandeling kapot gemaakt wordt.

Bij BCLC stadium B komen patiënten in aanmerking voor lokale chemobehandeling waar bij tevens de vaten die naar de tumor toelopen afgesloten worden (Transarteriële Chemoembolisatie TACE). Soms gebeurt dit in combinatie met RFA.

Bij BCLC stadium C en D kunnen patiënten met Nexavar (sorafenib)-tabletten behandeld worden. Bij BCLC stadium C gebeurt dit al dan niet in combinatie met radio-chemoembolisatie (SIRT) (evenals TACE gebeurt dit via een arterie in de lies, waarbij een katheter naar de lever wordt opgevoerd waardoor kleine bolletjes met radioactief materiaal in de toevoerende vaten van de tumor wordt ingespoten. De combinatie van SIRT en Nexavar is in Nederland uitsluitend in onderzoeksverband beschikbaar.

Patiënten in stadium D krijgen uitsluitend palliatieve zorg waarbij de behandeling gericht is op het zo optimaal mogelijk houden van de kwaliteit van leven.

Uitleg van de Child-Pugh classificatie

Met de Child-Pugh classificatie wordt bepaald wordt hoe ernstig onderliggende leverziekten zijn.

De Child-Pugh-classificatie is gebaseerd op de serumalbumine- (eiwit in bloedplasma dat geproduceerd wordt in de lever) en bilirubineconcentratie (bilirubine wordt gevormd bij de afbraak van rode bloedcellen en wordt door de lever uitgescheiden ), de stollingstijd, de aan- of afwezigheid van encefalopathie (vergiftiging van de hersenen door stoffen die door de ernst van de leverziekte niet kunnen worden afgebroken, o.a. ammoniak) en vochtophoping in de buikholte.

Aan elk van de genoemde uitkomsten wordt een score van 1, 2 of 3 punten toegekend op basis van de gemeten waarde. De som van de individuele scores bepaalt de Child-Pugh-score. De Child-Pugh-classificatie wordt veelvuldig gebruikt bij patiënten met chronische leverziekten, niet alleen bij HCC.

Lees hier meer over de behandelingen bij leverkanker

Prognose leverkanker

BCLC-schemaDe prognose van patiënten met HCC (hepatocellulair carcinoom) wordt bepaald door verschillende factoren, zoals het functioneringsniveau (Performance Status, afgekort PS), de Child-Pugh-score, de tumorgrootte en de mate van tumoruitbreiding op het moment van de diagnose.

Bij patiënten met een goede PS, Child-Pugh A (maximaal 6 CPS punten)en (zeer) vroege ontdekking van de ziekte, is verwijdering van de tumor door middel van RFA of resectie mogelijk. Dit en levertransplantatie biedt de mogelijkheid tot volledige genezing alhoewel men er rekening mee moet houden dat ook na resectie, RFA en zelfs na levertransplantatie de tumor kan terugkomen. Tumoren groter dan 5 cm bij patiënten die niet voor resectie in aanmerking komen, worden met behulp van bolletjes chemo (TACE) of radioactieve bolletjes (SIRT) behandeld. Dit remt de groei maar brengt de tumor meestal niet geheel tot verdwijning.

Bij patiënten met HCC die voor levertransplantatie in aanmerking komen, dient de tumor te voldoen aan de zogenaamde Milaan criteria, dat wil zeggen dat er sprake is van één tumor met een maximale diameter van 5 cm of maximaal drie tumoren die elk niet groter zijn dan 3 cm.

Om voor leverresectie in aanmerking te komen moet de lever in goede conditie zijn dat wil zeggen maximaal Child-Pugh A levercirrose zonder portale hypertensie (dus geen vocht in de buik en geen slokdarmspataderen). De tumor mag daarbij wel groter zijn mits hij volledig verwijderd kan worden.

Om voor RFA in aanmerking te komen mag de tumor niet groter zijn dan 5 cm. Patiënten met lokale uitbreiding van de tumor op meerdere plekken in of buiten de lever (bijvoorbeeld in longen, botten of lymfeklieren) kunnen met Nexavar behandeld worden mits de leverfunctie goed genoeg is (maximaal 7 punten op de Child-Pugh score).

Voor patiënten met HCC waarbij de kanker in een verder gevorderd ziektestadium wordt gediagnosticeerd, is de prognose vaak slecht. Het effect van de behandelopties voor deze patiënten is beperkt en de mate van ziek zijn en sterfte als gevolg van de eventuele behandeling kunnen aanzienlijk zijn.

Patiënten met klachten ten gevolge van de kanker en/of de aanwezigheid van tumorcellen in de bloedvaten of uitbreiding van de tumor buiten de lever, vormen de groep met vergevorderde ziekte. Voor deze groep ligt de éénjaarsoverleving rond 50%. Patiënten met een sterke tumoruitbreiding, een ernstig verzwakte lichamelijke conditie (PS>2) en/of ernstig verminderde leverfunctie (Child-Pugh C) zijn terminaal. Hun mediane overleving is vaak korter dan drie maanden. Dat wil zeggen dat na drie maanden ongeveer 50% van deze groep patiënten overleden zijn. Bij deze patiënten is de behandeling gericht op verbeteren van de kwaliteit van leven.

Lees hier meer over overlevingskansen bij leverkanker