Leverkanker.nl

Alles over leverkanker

Leverkanker.nl

De lever

de leverDe lever is één van de belangrijkste organen in ons lichaam. Dit komt door de rol van de lever bij maar liefst 600 verschillende processen in het lichaam.

De lever is een massief, groot inwendig orgaan en kan bij een volwassen persoon zo’n 1,5 kilo wegen. De lever ligt rechtsboven in de buikholte naast de maag. De bovenkant van de lever ligt tegen het middenrif aan. De lever bestaat uit twee delen, de zogenaamde linker- en rechter leverkwab. De leverkwabben zijn van elkaar gescheiden door een ligament (weefselplooi).

Per minuut stroomt er ongeveer 1,5 liter bloed door de lever heen. Via de poortader wordt het bloed aangevoerd dat afkomstig is uit de darmen en uit de milt. Dit bloed bevat voedingsstoffen die uit het voedsel zijn gehaald. De lever kan de voedingsstoffen opnemen, bewaren, omzetten en afgeven aan het bloedvatsysteem.

Een bijzondere eigenschap van de lever, is het regeneratieve vermogen. Dit betekent dat als een deel van de lever verwijderd wordt bij een operatie, bijvoorbeeld bij leverkanker, de lever binnen enkele weken weer vanzelf aangroeit! Geen enkel ander orgaan kan dit.

De lever heeft ook een flinke reservecapaciteit. Daarom worden ziektes van de lever vaak pas in een later stadium ontdekt. Pas als de reservecapaciteit weg is, ontstaan er meestal klachten.

Functies van de lever

De lever speelt zoals gezegd een rol in ruim 600 verschillende chemische processen in het lichaam. We kunnen ze niet allemaal noemen hier, maar de belangrijkste processen staan hieronder uitgelegd.

Koolhydraatstofwisseling

In de dunne darm worden verteringsproducten van zetmeel opgenomen, zoals glucose en suikers. Deze ‘enkelvoudige suikers’ gaan via het bloed naar de lever. De lever slaat suikers die niet direct nodig zijn, op in de levercellen. Als de behoefte van het lichaam aan suiker stijgt, geeft de lever deze suikers weer af in de bloedbaan. De lever houdt op deze manier de bloedsuikerspiegel constant.

Eiwitstofwisseling

Eiwitten komen in de vorm van aminozuren aan in de lever. De lever kan van deze aminozuren weer nieuwe eiwitten maken. Sommige eiwitten gaan weer het bloed in, anderen worden door de lever gebruikt. Sommigen worden omgevormd naar enzymen. Deze enzymen spelen weer een belangrijke rol bij andere processen in de lever. Ook worden er van de aminozuren nieuwe eiwitten gemaakt, die een rol spelen bij de bloedstolling en bij de afweer van het lichaam.

Vetstofwisseling

Vetten worden in de dunne darm verteerd en daarbij omgevormd tot vetzuren. Deze vetzuren worden in de lever opgevangen en van structuur veranderd. De vetzuren worden ‘onverzadigd’

Ontgifting

Bij de stofwisseling in het lichaam kunnen bijproducten ontstaat die voor het lichaam schadelijk zijn. Deze schadelijke bijproducten kunnen door de lever uit het bloed worden opgenomen en onwerkzaam. Vervolgens worden de onschadelijk gemaakte stoffen via de gal of de urine uit het lichaam verwijderd. Ook schadelijke stoffen die bijvoorbeeld via medicijnen binnenkomen kunnen door de lever onschadelijk worden gemaakt en afgevoerd.

Vorming van gal

De lever maakt ook gal aan. Gal speelt een belangrijke bij de vet-spijsvertering in de darmen. Dagelijks maakt de lever zo’n 500 tot 800 ml. gal aan. Dit gal gaat na productie voor opslag naar de galblaas. De galblaas stuurt het gal door naar de darmen als daar behoefte aan is. Een teveel aan cholesterol wordt via de gal uit het lichaam verwijderd. Zie verder het hoofdstuk Galblaas.

Stapeling

De lever heeft een grote opslagcapaciteit voor allerlei verschillende stoffen. Zo kunnen koolhydraten worden opgeslagen, vetten, aminozuren en bijvoorbeeld de vitamines A, D, E, K en B12